De toegang tot het recht staat in Nederland al geruime tijd onder spanning. In de dagelijkse praktijk wordt zichtbaar wat cijfers slechts gedeeltelijk tonen: burgers met complexe juridische problemen vinden niet tijdig betaalbare en deskundige ondersteuning. De vraag naar inhoudelijke rechtsbijstand groeit, terwijl het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand slechts een beperkt deel van de rechtszoekenden bereikt.
Op grond van de Wet op de rechtsbijstand kunnen uitsluitend advocaten – en in specifieke gevallen mediators – aanspraak maken op publieke financiering. Dat systeem is historisch verklaarbaar. Het beroep van advocaat kent een beschermde titel, verplichte beroepsopleiding, tuchtrecht en toezicht door de Nederlandse orde van advocaten en de Raad voor Rechtsbijstand.
De praktijk van 2026 is echter breder.
Gespecialiseerde juristenpraktijken behandelen inmiddels structureel complexe zaken binnen onder meer het bestuursrecht, vreemdelingenrecht, arbeidsrecht en civiel recht. Zij voeren bezwaar- en beroepsprocedures, stellen processtukken op, begeleiden cliënten bij zittingen en dragen bij aan inhoudelijke rechtsontwikkeling. De kwaliteit van deze werkzaamheden is in veel gevallen gelijkwaardig aan die van traditionele sociale advocatuur. Toch ontbreekt iedere structurele mogelijkheid om – waar maatschappelijke nood evident is – een beroep te doen op publieke middelen.
Dat leidt tot een wezenlijke spanning tussen systeem en realiteit.
Drie formele trajecten met het ministerie
HBM Juristen heeft deze problematiek niet louter publiekelijk aangekaart, maar ook rechtstreeks onder de aandacht gebracht bij het ministerie van Justitie en Veiligheid.
In de afgelopen periode hebben drie formele correspondentie- en overlegtrajecten plaatsgevonden:
- Een eerste inhoudelijke briefwisseling over de exclusieve toegang van advocaten tot gesubsidieerde rechtsbijstand, waarin is bepleit om kwaliteitscriteria centraal te stellen in plaats van uitsluitend titelgebonden toegang.
- Een vervolgreactie waarin concreet is voorgesteld om te onderzoeken of gecertificeerde juristen onder strikte kwaliteitsvoorwaarden binnen het bestaande stelsel kunnen opereren.
- Een nadere schriftelijke uitwisseling naar aanleiding van de reactie van het ministerie, waarin is benadrukt dat de maatschappelijke behoefte aan betaalbare juridische bijstand structureel groter is dan het huidige stelsel kan dragen.
In de beantwoording heeft het ministerie bevestigd dat de toegang tot het recht voortdurende aandacht heeft en dat er onderzoek loopt naar alternatieve organisatievormen binnen de juridische sector. Tegelijkertijd is aangegeven dat het te ver zou voeren om de volledige groep juristen onder een nieuw wettelijk kader te brengen.
Die reactie verdient respect, maar vraagt ook om verdere verdieping. Het debat is immers geen principieel beroepsdebat, maar een systeemvraagstuk.
De kern: effectieve toegang tot het recht
Artikel 6 EVRM verplicht staten tot effectieve toegang tot de rechter. Die verplichting ziet niet uitsluitend op het bestaan van procedures, maar op daadwerkelijke bereikbaarheid van juridische bijstand wanneer dat noodzakelijk is voor een eerlijk proces. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft herhaaldelijk benadrukt dat rechtsbescherming praktisch en reeel moet zijn.
Wanneer burgers geen toevoeging krijgen, maar ook geen commerciële tarieven kunnen dragen, ontstaat een grijs gebied waarin rechtsbescherming feitelijk onbereikbaar wordt. Juist in dat gebied opereren gespecialiseerde juristenpraktijken, vaak tegen sterk gereduceerde tarieven of met aanzienlijke onbetaalde inzet.
Dat model is maatschappelijk betrokken, maar economisch kwetsbaar.
Een constructieve oplossingsrichting
HBM Juristen pleit niet voor afbraak van het bestaande stelsel. Integendeel. Het pleidooi richt zich op versterking.
Een toekomstbestendig model zou kunnen voorzien in:
- objectieve opleidings- en ervaringsnormen voor gespecialiseerde juristen;
- verplichte permanente educatie;
- beroepsaansprakelijkheidsverzekering;
- onafhankelijke klachten- en toezichtstructuur;
- periodieke kwaliteitscontrole;
- een duidelijk afgebakende scope van zaken.
Een dergelijke benadering verschuift de focus van titel naar aantoonbare kwaliteit. Dat versterkt de rechtsstaat zonder het bestaande systeem te ontmantelen.
